Een verhuis begint niet met de dozen, maar met een plan. Toch ontstaat het meeste gedoe pas wanneer de dozen open moeten. Dan is niemand zeker wat er in welke doos zit, en begint het grote zoeken. Met een paar vaste gewoontes bij het inpakken vermijd je dat. Het kost wat extra tijd, maar je haalt die dubbel terug bij het uitpakken.
Pak per kamer in en zet in elke doos alleen spullen van dezelfde ruimte. Begin met de dingen die je het minst gebruikt, zoals boeken, decoratie en seizoenskleding. Bewaar de dagelijkse spullen tot het laatst. Zet zware dingen onderin de doos en lichte bovenop. Zo blijft de doos stevig en kun je hem dragen zonder dat de bodem het begeeft.
Duidelijk aanduiden
Schrijf op de zijkant van elke doos de kamer waar hij naartoe moet en wat erin zit. Schrijf niet alleen op het deksel, want dozen worden op elkaar gestapeld en dan zie je niets meer. Een kleurcode werkt goed: één kleur voor de keuken, een andere voor de slaapkamer. Zo kunnen ook helpers zonder uitleg een doos in de juiste kamer zetten. Nummer de dozen eventueel en houd een lijstje bij.
Vul dozen niet te vol, maar ook niet te leeg. Een halfvolle doos zakt in elkaar, een overvolle scheurt open. Gebruik kranten, handdoeken of kleren als opvulling voor breekbare spullen. Zo heb je geen extra materiaal nodig en dat spaart ruimte. Sluit de dozen goed af met stevige tape, ook aan de onderkant.
Maak een aparte doos voor de eerste dag in het nieuwe huis. Doe er de dingen in die je meteen nodig hebt, zoals een waterkoker, bestek, toiletpapier, lakens en een lamp. Zet die doos als laatste in de wagen, zodat hij als eerste eruit komt. Zo ligt je bed klaar en kun je een kop koffie zetten. De rest van het uitpakken gaat dan een stuk rustiger.
Begin bij het uitpakken met de kamers die je het eerst nodig hebt. Slaapkamer en keuken gaan meestal voor. Leg de lege dozen meteen weg, zodat ze niet in de weg blijven staan. Dankzij de etiketten weet je precies waar alles hoort. Zo voelt het nieuwe huis sneller als thuis.