In bijna elk huis staat een kast vol dingen die je bewaart voor een dag die nooit komt. Denk aan een kapotte lamp, een doos oude snoeren, lege bokalen en een tas vol plastic zakjes. Elk voorwerp lijkt afzonderlijk niet veel plaats in te nemen, maar samen vormen ze een echte brol. Als je de kast opent, valt er meestal iets naar buiten.
Haal alles uit de kast en zet het op de tafel of de vloer. Neem de tijd om elk voorwerp in je hand te nemen en je af te vragen waarom je het bewaart. Bij veel dingen kom je erachter dat je het antwoord niet meer kent. Andere spullen herken je meteen en weet je precies waarvoor je ze wilt houden. Dat verschil helpt enorm bij het kiezen.
Een eerlijke test
Stel jezelf een simpele vraag: heb je dit het afgelopen jaar gebruikt? Zo niet, dan is de kans groot dat je het volgend jaar ook niet zult gebruiken. Een tweede vraag is of je het gemakkelijk opnieuw zou kunnen krijgen als je het echt nodig had. Een schroevendraaier of een bakvorm kun je desnoods van een buur lenen.
Voor de twijfelgevallen kun je een aparte doos maken. Schrijf er een datum op en zet de doos op een plek waar je hem niet elke dag ziet. Als je er binnen enkele maanden niet naar hebt gegrepen, weet je genoeg. Dan mag de doos weg zonder dat je hem nog opent. Een beetje geduld voorkomt dat je in een opwelling dingen weggooit die je liever had bewaard.
Wat wel blijft, krijgt een duidelijke plaats. Zet dingen die bij elkaar horen in een bak of een mandje en plak er een etiket op. Kabels, batterijen en lampjes horen niet door elkaar te liggen. Hoe meer je sorteert, hoe sneller je later vindt wat je zoekt. Gebruik hoge bakken voor losse spullen en platte bakken voor papieren.
Met een opgeruimde kast merk je pas hoeveel plaats je kwijt was. Je kunt weer bij de dingen die je dagelijks nodig hebt zonder dat er iets naar beneden valt. Spreek met jezelf af dat er geen nieuwe brol binnenkomt zonder dat er iets uitgaat. Zo blijft het een plek met spullen die je echt gebruikt.